Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
De roodheid der lippen.
De sterkte der tanden.
Do kleinheid der kin.
De dikte der ooren.
La rougeur des lèvres.
La force des dents.
La petitesse du menton,
La grosseur des oreilles.
17. LES,
Zelfstandige Noms substantifs. Werkwoorden. Verbes.
naamwoorden.
De zee. la mer. bespoelen. baigner.
De stroom. le fleuve. uit zijne oevers déborder.
treden.
De rivier. la rivière. vloeien. couler.
De golf. le golfe. inloopen. entrer.
De beek. le ruis.^eau. kronkelen. serpenter.
Do bron. la source. opwellen. bouillonner.
De fontein. la fontaine. springen. jaillir.
De vijvei'. le vivier. uitdrogen. se dessécher.
Het moeras. le marais. stinken. puer.
Do baren. les vagues. overstroomen. inonder.
De vloed. le flux. bedekken. couvrir.
De ebbe. le reflux. ontblooten. découvrir.
Is het de zee, welke de kus- Est-ce la mer qui baigne les
ten bespeelt? côtes?
Is het de stroom , die uit zijne Est-ce le fleuve qui déborde?
oevers treedt ?
Is het de rivier die vloeit? Est-ce la rivière qui couM
Is het de golf, die in het land Est-ce le golf e qui entre dans
loopt ? Ie 2)ays?
Is het de heek, die kronkelt? Est-ce Ie ruisseau qui serpetUe?