Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
Gij zijt op Kersmis terugge- Vous êtes retourné à noël.
keerd.
Zij zijn Of) Nieuwjaar weder- Ils sont revenus au jour de
gekomen. l'an.
28. L E S.
Zelfstandige Noms substantifs. Zelfstandige Noms substantifs.
^ naamwoorden. naamwoorden.
; Het lichaam. le~corps. de schoonheid, la beauté.
' Het hoofd. la tête. de grootte. la grosseur.
grandeur.
i Het haar. les cheveux. de kleur. la couleur.
i; De baard. la barbe. de lengte. la longueur.
Het voorhoofd le front. de breedte. la largeur.
De neus. le nez. de gedaante, la figure.
De mond. la bouche. de bevalligheid, le charme.
De wangen. les joues. de rondheid, la rondeur.
De lippen. les lèvres. de roodheid, la rougeur.
De tanden. les dents. de sterkte. la force.
De kin. le menton. de kleinheid, la petitesse.
De ooren. les oreilles. de dikte. la grosseur.
De .schoonheid des lichaams. La beauté du corps.
De grootte van het hoofd. La grosseur de la tête.
De kleur van het haar. La couleur des cheveux.
De lengte van den baard. La longueur de la bai-be.
De breedte van het voorhoofd. La largeur du front.
De gedaante van den neus. La figure du nez.
De bevalligheid des monds. Le charme de la bouche.
De rondheid der wangen. « La rondeur des joues.