Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
De tongen zouden toebereid
zijn.
De tarbotten zouden gestor-
ven zijn.
De riviervisschen zouden ge-
rangscbiiit zijn.
De schol zoude bedorven zijn.
De baars zoude ontleed zijn.
De snoek zoude gegromd zijn.
De voren zoude verdeeld zijn.
De zalm zoude gedood zijn.
De paling zoude afgestroopt
zijn.
Les soles seraient apprêtées.
Les turbots seraient tnorts.
Les poissons d'eau douce se-
raient classés.
Le carrelet serait gâté.
La perche serait disséquée.
Le brochet serait éventré.
Le gardon serait partagé.
Le saumon serait tué.
L'anguille serait écorchée.
26. LES.
Zelfstandig« Noms substantifs. Werkwoorden. Verbef.
naamwoorden.
De insecten. les insectes. bijten. mordre.
Eene vloo. une puce. spinnen. filer.
Eene spin. une araignée. werken. travailler.
Eene bij. une abeille. steken. piquer.
Eene mug. un moucheron. vliegen. voler.
Eene tor. un escarbot. blinken. luire.
Een zijworm. un ver à soie. zijde maken. faire de la soie.
Eene rups. une chenille. vervellen. muer.
Eene kapel. un papillon. zich voeden. se nourrir.
Eene mot. une teigne. knagen. ronger.
Eene garnaal. une chevrette. loopen. marcher.
Eene vlieg. une mouche. kruipen. ramper.