Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
Ztlfstandige
naamwoorden.
De leeuw.
De beer.
De wolf.
Het kameel.
Het hert.
23. L E S.
Noms substantifs. Werkwoorden.
Ie lion,
l'ours,
le loup,
le chameau,
le cerf.
Het eekhoorn- l'écureuil.
tje.
brullen.
verslinden.
verscheuren.
dragen.
vluchten.
springen.
Verbes.
rugir.
dévorer.
déchirer.
porter.
se sauver.
sauter.
le castor,
la fouine,
la marmotte,
le lièvre,
le chien,
le chat.
bouwen. bâtir.
stinken. puer.
slapen. dormir.
loopen. courir.
blaffen. aboyer.
mauwen. miauler.
Le lion rugira.
L'ours dévorera.
Le loup déchirera.
Le chameau portera.
Le cerf se sauvera.
Het eekhoorntje zal springen. L'écureuil sautera.
De bever.
De bunsing.
De marmot.
De haas.
De houd.
De kat.
De leeuw zal brullen.
De beer zal verslinden.
De wolf zal verscheuren.
Het kameel zal dragen.
Het hert zal vluchten.
De bever zal bouwen.
De bunsing zal stinken.
De marmol zal slapen.
De haas zal loopen.
De hond zal blaffen.
De kat zal mauwen.
Le castor bâtira.
La fouine puera.
La marmotte dormira.
Le lièvre courra.
Le chien aboiera.
Le chat miaulera.