Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Zelfstandige
naamwoorden.
î^oms substantifs.
Een gulden. un florin.
Een schelling, un escalin.
Een dubbeltje, deux sous.
Een stuiver. un sou.
Een cent. un cent
Werkwoorden.
ontvangen.
vinden.
wisselen,
bezitten.
tellen.
Verbe».
recevoir,
trouver.
changer,
posséder,
compter.
Ik zoude geld gehad hebben. J'auraisleu de L'argent,
Gij zoudt klein geld gemunt Tu aurais frappé de la mon-
hebben, naie.
Hij zoude eenen rijder betaald H aurait payé quatorze flo-
hebben, rins.
Wij zouden eenen dukaat ge- Nous aurions gagné un ducat.
wonnen hebben.
Gij zoudt eenen rijksdaalder Vous auriez perdu une ris-
verloren hebben. dale.
Zij zouden eene kroon terug- lis auraient i^endu un écu,
gegeven hebben.
Ik zoude eenen daalder ge- J'aurais volé trente sous,
stolen hebben.
Gij zoudt eenen gulden ont- Tu aurais reçu un florin.
vangen hebben.
Hij zoude eenen schelling ge- II aui^ait trouvé un escalin,
vonden hebben.
Wij zouden een dubbeltje ge- Nous aurions changé deux
wisseld hebben, sous.
Gij zoudt eenen stuiver beze- Fous auriez possédé un sou,
ten hebben.