Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
Ik zou in den tuin wandelen.
Gij zoudt eene bloem plukken.
Hij zoude eene roos aanbieden.
Wij zouden een bloembed be-
gieten.
Gij zoudt eenen ruiker maken.
Zij zouden eene lelie teekenen.
Ik zou korenbloemen zaaien.
Gij zoudt eenen tuin harken.
Hij zoude een bloemperk om-
spitten.
Wij zouden een pad schoffelen.
Gij zoudt eenen boom snoeien.
Zij zouden het onkruid uit-
wieden.
Je me promènerais au jardin.
Tu cueillerais une fleur.
Il offrirait une rose.
Nous arroserions un parterre.
Vous feriez un bouquet.
Ils dessineraient un lis.
Je sèmerais des bluets.
Tu râtèlerais un jardin.
Il bêcherait un parterre.
Nous raclerions un sentier.
Vous tailleriez un arbre.
Ils sarcleraient l'ivraie.
Zelfstandige
naamwoorden.
Geld.
Klein geld.
Een rijder.
Een dukaat.
Een rijksdaal-
der.
Eene kroon.
Een daalder.
16. LES.
Noms substantifs. Werkwoorden.
de l'argent. hebben.
de la monnaie, munten.
quatorze
florins,
un ducat,
une risdale.
un écu.
une pièce de
30 sous.
betalen.
winnen,
verliezen.
teruggeven,
stelen.
Verbes.
avoir.
frapper.
payer.
gagner,
perdre.
rendre,
voler.