Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
Gij zult liol)belen.
Zij zullen dammen.
Vous vous balancerez.
Ils joueront aux dames.
14. LES.
Zelfstandige Noms substantifs. Werkwoorden. Verbes.
naamwoorden.
De aarde. la terre. bewonen. habiter.
Het eiland. l'île. bezoeken. visiter.
De kaap. le cap. omzeilen. doubler.
De berg. la montagne. beklimmen. gravir.
De kust. la côte. ontdekken. découvrir.
De landengte. l'isthme. overtrekken. traverser.
Het vaste land. le continent. doorreizen. parcourir.
De vuurberg. le volcan. bewonderen. admirer.
Het kasteel. le château. belegeren. assiéger.
De stad. la ville. beschieten. bombarder.
De vesting. la citadelle. overgeven. rendre.
Het meer. le lac. bevaren. aller se prome-
ner sur.
Ik zal de aarde bewoond hebben./'auraj habité la terre.
Gij zult het eiland bezocht Tu auras visité l'île.
hebben.
Hij zal de kaap omzeild heb- II aura doublé Ie cap.
ben.
Wij zullen den berg beklom-
men hebben.
Gij zult de kust ontdekt hebben.
Zij zullen de landengte over-
getrokken zijn.
Nous aurons gravi la mon-
tagne.
Vous aurez découvert la côte.
Ils auront traversé l'isthme.