Boekgegevens
Titel: Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Auteur: Meerten, A.B. van
Uitgave: Utrecht: L.E. Bosch en zoon, 1868
12me éd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7884
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202947
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Frans, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premier vocabulaire, hollandais et français, pour l'enfance. Suivi d'une journée de trois enfants, ou Petites conversations à la portée de la première enfance = Fransch en Nederduitsch woordenboekje, voor eerstbeginnenden; gevolgd door een dagverhaal van drie kinderen, of gesprekken, geschikt naar de vatbaarheid van zeer jonge kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
Zelfstandiye
naamwoorden.
Een jas.
Gespen.
Een rotting.
Een horloge.
Een horloge-
ketting.
Noms substantifs.
un surtout,
des boucles,
une canne,
une montre,
une chaîne de
montre.
Werkwoorden.
medenemen.
ontvangen,
breken,
wasschen.
Verbes.
emporter,
recevoir,
casser,
laver.
Ik had een kleed gewasschen.
Gij hadt eene broek gesneden.
Hij had een vest toegeknoopt.
"VS'ij hadden dassen gemangeld.
Gij hadt laarzen verzoold.
Zij hadden sokken gestopt.
Ik had eenen hoed ontvangen.
Gij hadt eenen jas bemorst.
Hij had gespen versmolten.
Wij hadden eenen rotting ge-
r- broken.
Gij hadt een horloge ver-
ruild.
Zij hadden eenen ketting
medegenomen.
J'eus lavé un habit.
Tu eus taillé une culotte.
Il eut boutonné un gilet.
Nous eûmes calandré des
cravattes.
Vous eûtes ressemelé des bot-
tes.
Ils eurent raccommodé des
chaussons.
J'eus reçu un chapeau.
Tu eus sali un surtout.
Il eut fondu des boucles.
Nous eûmes cassé une canne.
Vous eûtes échangé une mon-
tre.
Ils eurent emporté une chaîne.