Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
op een.....3. In dat nest legt het wijfje..... 4. Het
broeden duurt..... 5. Het voedsel der jonge ooievaars bestaat
eerst uit.....en....., later uit.....en..... 6. Hoe
is de kleur der wieken? 7. De.....en de.....zijn rood.
8. Hij heeft lange pooten; daarom noemt men hem..... 9. De
.....en de.....zijn eveneens lang. 10. Het geluid, dat hij
met zijn.....maakt, heet..... 11. In de maand.....
verlaat hij ons; hij is een..... 12. Waarom zou hij hier den
winter niet doorbrengen ?
18. DE SPREEUW.
De spreeuw is evenals de ooievaar een trekvogel. Zij verlaat
ons echter eerst in den naherfst en komt reeds vroeg in het
voorjaar terug, zoodat we haar slechts een maand of drie
missen. Enkele spreeuwen overwinteren hier. Als de winter
echter streng wordt, moeten ze van koude omkomen.
De spreeuw is mooier vogel, dan ge misschien meent.
Bekijk haar maar eens van nabij. Vooral in den herfst prijken
haar zwartglanzige veeren met witte puntjes en bruine randjes.
De spreeuw heeft een rechten, spitsen snavel. Haar slank
lichaam wordt gedragen door twee dunne pooten met vier
teenen, waarvan drie naar voren en een naar achteren zijn
gericht. Zij leeft gaarne in de nabijheid onzer woningen.
Reeds vroeg in den morgen zit ze op het dak of op de goot
haar lustig lied te kweelen. Veel afwisseling is er in dat lied.
De spreeuw kan nl. de geluiden van andere vogels nabootsen.
Meestal bouwt ze haar nest onder de pannen van het dak,
en wel van stroo en enkele veertjes. Het wijfje legt daarin een
vijftal lichtblauwe eieren. De jongen worden gevoed met wormen