Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
twee..... 7. De bek van het hoen heet..... 8. Die snavel
is.....en .... . 9. De kop is versierd met een.....
10. De staart bestaat uit..... 11. Zulke lange veeren zitten
ook in de.....12. De veeren van den romp zijn.....en
..... 13. Het loopbeen is met.....bedekt. 14. Onder aan
het loopbeen zitten vier....., waarvan drie naar.....en een
naar..... 15. Op de teenen zitten..... 16. Met die nagels
krabt het hoen in 't zand, om.....en.....te zoeken.
14. DE DUIF.
Van de duiven houdt gij zeker allen. Zelden toch ontmoet
men schooner, zachtaardiger dieren. Misschien hebt ge wel
duiven; dan weet gij, dat ze heel mak kunnen worden, zoo
mak zelfs, dat ze op uw hand vliegen, om de graankorrels
eruit te pikken. Dui-
ven leven bij paren;
het mannetje heel
doffer, het wijfje wordt
duif genoemd.
Evenals het hoen
is de duif een vogel.
De snavel is iets dun-
ner en langer dan die
van het hoen. Juist
achter de neusgaten
bevindt zich op den snavel een weeke verhevenheid, de
washuid. De overige lichaamsdeelen der duif komen met die
van 't hoen overeen. Zij is echter minder plomp. In het
loopen is het hoen de baas; daarentegen kan de duif beter