Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
opening kon wringen. De egel bezit in zijn stekels een geschikt
werktuig, om zich tegen zijn vijanden te verdedigen. Voor
dieren, welke in 't wild leven, is 't van groot belang, dat
zij verdedigingswerktuigen bezitten. Kunnen zij zich niet ver-
weren, dan moeten zij den vijand trachten te ontvluchten.
Dat doet o. a. het wilde konijn. Als het een hond ziet naderen,
vlucht het met groote sprongen naar zijn hol, waarin het
zich schuil houdt, tot het gevaar voorbij is.
O P Cx A V E N.
1. Er is een groot onderscheid tusschen het schoone paard en den
.....egel. 2. Eveneens verschilt de groote, loome koe veel van
de.....,......muis. 3. Toch hebben al die dieren een
.....en een.....4. Ook hebben ze alle vier.....of
.....5. Welke dezer dieren dragen horens? 6. De pooten
zijn voorzien van een of meer..... 7. Die nagels heeten hoeven
bij het....., het.....en het..... 8. Al deze dieren
zoogen hun jongen: ze zijn dus..... 9. Het.....het
.....en het.....zijn planteneters. 10. Maar de.....en
de.....zijn vleeschetende dieren. 11. En het.....en de
.....zijn alleseters.
13. HET HUISHOEN.
Vroeg op en vroeg naar bed, daar houden de hoenders
van. Reeds in de morgenschemering ontwaakt de haan, om
door zijn helder gekraai den dag aan te kondigen. En nau-
welijks verrijst de zon'aan den hemel, of hij verlaat met zijn
hennen het rek, om te genieten van den frisschen morgenstond.
5*