Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
tevreden, als hij niet wat anders kan krijgen. Het fijn gevoel
van zijn snuit bewijst hem bij 't opsporen van zijn voedsel
groote diensten.
De egel krijgt een vier- of vijftal jongen, die den eersten
tijd geheel naakt en blind zijn. Trouw worden ze door de
moeder ver^^rgd. Zoodra ze wat grooter zijn geworden, gaan
ze mede ter jacht.
Als de egel voelt, dat de winter nadert, brengt hij zijn
nest voorgoed in orde. Daavoor gebruikt hij vooral droge
bladeren, 't Is aardig 'e zien, hoe hij die bijeenbrengt, door
er zich in om te rollen. De bladeren blijven dan op de puntige
stekels zitten, en zoo draagt de egel ze in zijn nest. Zoodra
het weder guurder wordt, begeeft hij zich ter ruste. Den
ganschen winter blijft hij doorslapen, zonder iets te nuttigen.
Eerst de warme stralen der lentezon wekken hem uit zijn
diepen winterslaap.
OPGAVEN
1. De rug van den egel is bedekt met..... 2. Hij heeft een
snuit als een.....3. En hij laat een.....geluid hooren.
4. Daarom noemt men hem ook wel..... 5. Het stekelvarken
is echter een heel ander dier, dat niet bij ons, maar in.....ge-
vonden wordt. 6. De kleur der stekels is..... 7. De kop is
..... 8. Vier.....pooten dragen het.....lichaam. 9. Hij
kan zich oprollen tot een..... 10. Dat doet hij, als er.....
nadert. 11. Over dag ligt de egel in..... 12. Tegen den.....
komt hij te voorschijn. 13. Dan maakt hij jacht op.....en
.....14. Hij is een..... 15. Ook lust hij wel.....,
.....en..... 16. Den winter brent hij.....door. 17. Dan
gebruikt hij geen..... 18. Eerst in 't volgend voorjaar.....
hij weder.
SCHEEPSTRA cn WAi.STKA, Natuurkennis, I. 2e druk. 5