Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
't boveneind van den langen, dunnen steel prijkt de bloem.
Als gij haar zoo houdt, dat de steel omhoog steekt, ziet gij
aan don onderkant vijf groene blaadjes, de kelkblaadjes, die
samen de kelk heeten. We knijpen ze voorzichtig af en leggen
ze naast elkaar. Dit doen \ve ook met de vijf witte hlocm-
blaadjes, die nu geheel zichtbaar
zijn. Zij zijn veel grooter dan
de kelkblaadjes en hebben ook
een anderen vorm. Verwijderen
we nu ook nog de meeldraden,
dan houden we een napje of
naive bloem (vergroot). bekerlje over. In 't midden
daarvan staat een voorwerp, dat wel wat gelijkt op een
dikbuikige flesch met een langen hals; dat is de stamper.
Het bekerlje is van binnen een weinig vochtig; dit vocht
is suikerwater; men noemt het echter honigsap. Bijen, hom-
mels en andere insecten snoepen hiervan gaarne. Daarom
brengen zij een bezoek aan de bloemen van den kerseboom.
Na eenige dagen dwarrelen de bloemblaadjes naar beneden.
De meeldraden en de kelkblaadjes vallen insgelijks af. Het
bekertje verdwijnt ook, alleen het benedenste deel van den
stamper zit nog op 't eind van den bloemsteel. De hals van
de flesch is afgevallen, de buik is overgebleven en intusschen
in grootte toegenomen.
O r G A V E N.
1. In het voorjaar groeit op do weiden..... 2. Daartusschen
prijken..... 3. In den hof staan dan..... 4. Vooral de
bloeiende.....levert een prachtig gezicht op. 5. De kelk van