Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
voor een gaatje zitten loeren op een muis. Ratten en muizen
zijn haar geliefkoosd voedsel: zij is een vleeschetend dier.
Thans moeten we nog twee slechte hoedanigheden van haar
vermelden; ze is nl. snoepachtig en valsch.
OPGAVEN.
1. De hond houdt veel van den inenseh, de kat is meer gehecht
aan het..... 2. Zij heeft een.....kop. 3. Haar neus is
..... 4. De oorschelpen zijn.....en staan..... 5. Op
de bovenlip draagt de kat een..... 6. Met de snorharen kan ze
goed..... 7. Daarom heeten de snorharen ook.....of.....
8. De kat kan zich in allerlei bochten....., want haar lichaam
is.....en..... 9. Haar pels is dicht.....en vertoont
verschillende kleuren , als.....,.....,.....,.....,.....
10. Aan eiken voorpoot heeft zij.....en aan eiken achterpoot
.....teenen. 11. Op die teenen zitten..... 12. Onder de
teenen heeft de kat.....13. Daardoor kan ze zacht door de
kamer..... 13. De jongen zijn de eerste.....dagen van hun
leven..... 15. De vader der jonge katjes heet..... 16. De
kat wascht zich dikwijls: zij is dus een.....dier. 17. Ze vangt
.....en..... 18. Veel houdt ze van..... 19. Ze is dus
een.....dier. 20. Wij kunnen de kat niet veel vertrouwen,
want zij is.....en.....
8. HOND EN KAT.
Er was een tijd, dat honden en katten in 't wild rond-
liepen. Ze waren dus wilde dieren en voedden zich met
vleesch. Dit verschaften zij zich, door jacht te maken op