Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
De hond heeft geen hoeven, maar nagels op de teenen, en
wel vijf aan de voorpooten en vier aan de achterpooten. Onder
't loopen raken die nagels den grond; daardoor slijten ze af.
Ondei' de teenen bevinden zich eeltballen. Een afdruk daarvan
kunt gij duidelijk zien, als de hond over een weeken of
zandigen bodem is geloopen. De jonge honden worden blind
geboren. Eeist als ze eenige dagen oud zijn, kunnen ze
rondkijken. Een teef heeft gewoonlijk vier of vijf jongen, die
zij tegelijk zoogt. De vader der jonge hondjes heet reu of
rekel. Met den naam hond. duidt men zoowel het mannetje als
het wijfje aan.
Ofschoon de hond aardappelen en brood niet versmaadt,
houdt hij toch meer van een stukje vleesch; vooral is hij
verzot op een kluifje: hij is een vleeschelend dier. Hij weet