Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
stevige haren, die aan het uiteinde meestal gespleten zijn.
Vooral de borstels van den rug zijn zeer stevig; gij hebt ze
zeker wel gezien in een schuier of in een veger. In den korten,
dunnen staart draagt het dier dikwijls een krul. Nu willen
we de pooten nog eens bekijken. Aan eiken poot zitten vier
teenen, die alweer door hoeven zijn omgeven. Het varken zou
dus een vierhoevig dier genoemd kunnen worden. Men noemt
Kop van een beer.
Kop van een zeug.
het echter een veelhoevig dier. Alleen de voorste twee hoeven
van eiken poot raken onder 't staan of loopen den grond.
Gedurende zijn leven doet het varken in 't geheel geen
nut, maar als het dood is, zooveel te meer. Denk maar eens
aan het vleesch en het spek, de hammen en de worsten.
Het jonge varken heet big of bigge; de ouden heeten beer
en zeug. De zeug werpt wel tien of meer jongen op éénmaal;
gij begrijpt, dat het aantal tepels dan ook groot moet zijn,
als ge weet, dat al die biggen tegelijk gezoogd worden.