Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
OPGAVEN.
1. Het schaap is kleiner dan het.....en het..... 2. Het
mannetje heet.....en het wijfje heet..... 3. Het jong van
het schaap wordt.....genoemd. 4. Meestal draagt de ram ....
op den kop. 5. Die horens zijn..... 6. De romp van 't schaap
is bedekt met.....7. De wolharen zijn.....en.....
8. Samen vormen die wolharen.....of.....9. In Mei
of in Juni wordt het schaap..... 10. Van de wol spint men
..... 11. Aan eiken poot heeft het schaap..... 12. Het is
dus een.....dier. 13. Hoeveel lammeren heeft het schaap
gewoonlijk? 14. Het schaap is niet wild, noch strijdlustig, maar
.....en.....
4. PAARD, RUND EN SCHAAP
Deze drie dieren voeden zich met planten; in den zomer
leven ze hoofdzakelijk van gras, in den winter van gedroogd
gras of hooi. We noemen ze daarom planlenetende dieren. Be-
halve van gias en hooi tiouden ze veel van brood en van
lijn- en raapkoeken. Het paard eet graag haver, waarvan het
sterk en vet wordt.
In een weide, waarin volop gras groeit, kunnen het
rund en het schaap zich spoediger verzadigen dan het
paard. Zij kauwen nl. het gras niet fijn, maar slikken
het bijna ongekauwd naar binnen. Na den maaltijd leggen
zij zich rustig nedei'; het doorgeslikte voedsel komt hun dan
bij kleine gedeelten weer in den bek, waarop ze het nog-
maals kauwen en nu goed fijn malen, om het opnieuw door
te slikken. Het rund en het schaap herkauwen dus hun voedsel;
SCIIEEPSTKA en WALSTKA, Natuurkennis. 1. 2e druk. 4