Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
in 't begin van Juni wordt het schaap van zijn vacht
ontdaan: het wordt geschoren. Eerst dan kan men den
juisten vorm van den romp onderscheiden. Het blijkt dan,
dat het schaap meer overeenkomst heeft met het rund,
dan met het paard. Evenals het rund heeft het schaap aan
eiken poot twee hoeven, waarmee het op den grond rust;
ook heeft het twee kleine hoeven, die den grond niet raken.
De ooi zoogt haar jongen, die dikwijls twee, ook wel drie
in getal zijn. Aan den uier heeft ze slechts twee tepels; zij
kan haar jongen dus niet gelijktijdig zoogen, wanneer hun
aantal meer dan twee bedraagt.
Jonge lammeren zijn vröolijke dieren; den ganschen dag
huppelen ze om hun rustig grazende moedei'S en maken
soms de dolste sprongen. Op lateren leeftijd wordt het schaap
zóó kalm en vreedzaam, dat het zich zelfs niet verdedigt,
wanneer het aangevallen wordt. Sommigen houden het dan
ook voor dom en onnoozel, anderen prijzen het als een zacht-
zinnig dier.