Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
zich. De kiem is dus inderdaad niets anders dan een kleine
plant. Een weinig warmte en wat water zijn voldoende, om
dit plantje te doen groeien.
Als een boon ontspruit, berst eerst de zaadhuid. De zaad-
lobben verheffen zich met het stengeltje uit den grond. Zij
leveren het eerste voedsel voor het jonge plantje. Maar spoedig
is dit groot genoeg, om het voedsel met zijn bladeren en
wortels uit de lucht en uit den grond op te nemen. De zaad-
lobben zijn dan zoo uitgezogen, dat ze geheel verschrompeld
aan weerszijden van het stengeltje zitten.
OPGAVExX.
1. Ben boon gelijkt wel op..... 2. Het doosje is.....;
wat er in zit heet..... 3. De kiem kan men verdeelen in.....
4. Deze deelen heeten.....5. Op hoeveel plaatsen zijn de
zaadlobben met elkander verbonden? (op één.) 6. Wat kan men op
die plaats zien? (een stengeltje met een paar blaadjes.) 7. Wat ge-
beurt er, als de boon een paar dagen in vochtige aarde ligt? (de
zaadhuid barst open — zaadlobben vaneen — worteltje naar beneden —
de kleine blaadjes ontplooien zich.) 8. De kiem is dus.....
9. Daaruit groeit..... 10. De zaadlobben verheffen zich met
het stengeltje..... 11. Zij leveren het eerste voedsel voor.....
12. Later zijn ze.....
Teeken een overlangsche doorsnede van een boon.
Teeken de twee zaadlobben, opengevouwen en verbonden door het
jonge plantje.