Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
vankelijk is de appel met zacht dons bedekt; hij is nog
groen en heeft een wrangen smaak. Maar hij wordt snel
grooter en daarbij tevens saprijker. Eindelijk prijkt hij met
gele en roode wangen. Half verborgen onder de gelende
bladeren lachen de appels ons dan toe.
Het sappig vruchlvleesch zit onder de gele of roode schil.
Dit vleesch is deels gevormd door den wand van het vrucht-
beginsel, deels door den wand van den bloembodem. Snijden
we den appel door, dan vinden we het klokhuis. Het bestaat
uit vijf hokjes met taaie, vliezige wanden. Daarin zitten,
kleine, bruine zaadjes. Die noemen we pitten en daarom
heet de appel een pitvrucht. Uit elk dezer zaadjes kan een
jonge appelboom groeien. Ze zijn dus wel belangrijk; toch
houden we meer van het vruchlvleesch.
OPGAVEN.
1. "Wat zit er aan den appel? (een steel). 2. Iloe werd die eerst
genoemd? (bloemsteel). 3. Wat vinden we daartegenover? 4. Op
den rand daarvan staan..... 5. Die gelijken wel op.....
6. Wat vinden we in het kuiltje? (de verdroogde overblijfselen
van sommige bloemdeelen). 7. Waarmee is een heel jonge appel
bedekt? (met zacht dons). 8. Zulk een appel is .... en heeft.. . .
9. Als de appel rijp is, heeft hij gele en..... 10. Wat zit om
den appel? (een schil). 11. Daaronder zit..... 12. In den
appel vinden we..... 13. Waaruit besfaat dit? (vijf hokjes,
met taaie, vliezige wanden). 14. In het klokhuis zitten.....
15. Die noemen we ook..... 16. De appel heet daarom ....
Teeken een overlangsche doorsnede van een appel.
Teeken een dwarse doorsnede van een appel.