Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
15. DE BOON.
DE PEUL.
A/s boven aan den stengel van een boon nog bloemen
prijken, kunt gij onderaan reeds viij groote peulen vinden.
De bloemen ontluiken nl. niet tegelijk. Zij gioeien aan den
stengel, naarmate deze in lengte toeneemt. Zoodra een bloem
js uitgebloeid, vallen de bloemblaadjes en de meeldraden af.
De stempel en de kelk verdor-
ren; het vruchtbeginsel groeit
snel door. Eindelijk heeft het
zijn vollen wasdom bereikt: het
is volwassen. Niet lang duurt
bet, of de peul, de vrucht van
de boon, is rijp.
Thans willen we een nog niet
geheel rijpe peul wat nader be-
kijken. Zie, die omgebogen punt
is een deel van den vergroeiden
We noemen ze den top
van de peul. Twee naden loopen
van daar naar den stee!. Druk
Feüi eenbr erwt. eens op den naad, die het
3st gebogen is. De peul springt open. Het blijkt ons, dat
it twee kleppen beslüBt. Buigen we nu de kleppen vaneen,
— Wrt* i v-1 /^llrrt 11 nn nnn nnr)inl 70rlnn aF hnnnOTI