Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
'2'i
4. Noem eens op, welke veranderingen een vlinder al ondergaat.
5. Wat zeggen we daarom van hem? 6. Waarom heet een vlinder
een insect? (Zijn lichaam bestaat uit.....; daarom noemen.....)
7. Wat staat op zijn kop? 8. Vertel iets van de roltong. 9. Wat
kan hij daarmee doen? 10. Waarmee schijnen de fraaie vleugels
bedekt te zijn? 11. Waaruit bestaat dit glanzig poeder? 12. Waar-
door vliegt de vlinder zoo onregelmatig?
12. DE AARDAPPEL.
STENGEL EN BLOEM.
Aardappelen verschijnen bijna dagelijks op de tafel van
armen en rijken. Geen voedsel wordt meer algemeen gebruikt.
Toch is de aardappelplant minder goed bekend, dan ge wel-
licht meent. Laten we eerst den stengel en de bloem eens
nauwkeurig bekijken.
De dikke, kruidachtige stengel heeft een ruwe oppervlakte.
Hij is kantig en de randen zijn oneffen. Uit den hoofdstengel
komen een aantal zijslengels voort. We merken op, dat deze
in de oksels der bladeren staan.
Pluk eens een blad af. Neen, dat is er geen. Wat gij voor
een blad houdt, is slechts een deel daarvan. Die kleine en
groote blaadjes aan weerszijden van dezen steel vormen samen
een blad. Twee kleine blaadjes wisselen telkens met twee
grootere af. Zij zijn behaard evenals de bladstelen.
De bloemsteel vertakt zich in kleinere steeltjes. Elk dezer
draagt aan den top een bloem. De kelk vertoont een bijzon-
derheid: de kelkblaadjes vormen samen een bekertje. Op den
rand hiervan zijn de toppen der blaadjes duidelijk zichtbaar.