Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
10. DE KLAPROOS.
■WORTEL, STEKGEL EN VRÜCHT.
We hebben een klaproos met worlel en al uit den grond
gerukt. Gij ziet, dat een der vuilgele wortels dikker is dan
de andere. Van onderen naar boven neemt hij in dikte toe
en gaat over in den stengel. Men noemt hem terecht den
hoofdwortel. De andere wortels, waarin hij zich vertakt, heeten
hijwortels. Ge herinnert u zeker, dat we aan de lelie zulk een
hoofdwortel niet hebben gevonden.
Beschouwen we thans deze stelen, die aan den top ook
bloemen dragen; men noemt ze zijstelen. Zij komen uit den
hoofdslenrjel voort, vlak boven een ülad. Deze plaats tusschen
den stengel en het blad heet de oksel van het blad.
De bladeren van de klaproos zijn ongesteeld of zittend. In
zooverre komen ze met de leliebladeren overeen. Ze verschillen
daarvan heel veel in vorm. 't Schijnt wel, dat er aan weers-
zijden van de dikke hoofdnerf eenige blaadjes zijn gegroeid-
In werkelijkheid heeft de bladrand diepe insnijdingen. Breek