Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
van.....tot..... 9. Waarin verdeelt de hoofdnerf het blad ?
(In twee helften). 10. Uit de hoofdnerf komen..... 11. De
zijnerven vormen een fijn..... 12. Hoe noemt men den rand
van dit blad? (gezaagd).
Teeken een blad van een appelboom. (Alleen den omtrek, den
steel en de hoofdnerf).
3. DE APPELBOOM.
KROON , STAM EN WORTELS.
Een blad van een appelboom laat zich niet gemakkelijk in
de lengte of in de breedte scheuren. Een tak splijt wel in
de lengte, maar breekt niet licht dwars door.
Het buitenste van een dunnen tak heet ée opperhuid. Onder
de opperhuid ligt een laag, die schors heet. Neemt men die
met een mes voorzichtig weg, dan ziet men den bast. Deze
omgeeft het hout. Snijdt men een tak door, dan vindt men
in het midden het weeke merg.
Wat we bij een tak opmerken, treffen we ook bij den
stam aan. Het merg daarvan is echter weinig, het hout
veel in dikte toegenomen, en de opperhuid is verdwenen.
De schors is aan den stam en de dikke takken op verschil-
lende plaatsen gebarsten. Daardoor heeft zij vele scheuren,
die in de richting van den stam, dus op en neer loopen.
De schors werd te eng voor den dikken stam, doordat zij
niet even snel groeide als deze.