Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
De ooievaar en de spreeuw verlaten ons in den nazomer
en in den herfst, omdat hier 's winters geen voedsel voor
hen is te vinden. De egel kan zulks niet; daarom brengt
hij den winter slapende door. De trekvogels kunnen snel
vliegen en dus in korten tijd een grooten afstand afleggen,
om een warmer oord te bereiken. Dat kunnen de zoogdieren
niet. 'Zij kunnen niet van woonplaats veranderen. Een egel
i zou al een groote daad verrichten, als hij met zijn korte
pooten eens een weg van tien uren allegde. Maar wat zou
hem dat baten! Als het in Arnhem hard vriest, zullen er in
Utrecht ook wel geen insecten en wormen voor hem te
vinden zijn.
OPGAVEN.
1. De negen zoogdieren, waarover we gesproken hebben, zijn:
..... 2. Noem ook de vogels. 3. Hoeveel ledematen hebben al
deze dieren? 4. Waarmee komen do vleugels der vogels overeen?
5. Het lichaam der zoogdieren is bedekt ...... en dat der vogels
...... 6. De zoogdieren brengen......ter wereld; de vogels
daarentegen..... 7. Die eieren worden door de vogels.....
8. Welke trekvogels kent gij? 9. Waarom moeten de zoogdieren
hier 't heele jaar door blijven? 10. Waarom zoude egel den winter
slapende doorbrengen?