Boekgegevens
Titel: Natuurkennis voor de volksschool
Deel: I Planten en dieren
Auteur: Scheepstra, H.; Walstra, W.
Uitgave: Groningen [etc.]: Wolters, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202946
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen, Biologie: zoölogie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Dierkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkennis voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
19. DE MUSGH.
Ook de musch houdt zich gaarne op bij de woningen der
menschen. Haar gesjilp kunt gij den ganschen dag en het
geheele jaar door hooren. Zij verlaat ons niet in het najaar,
ook bij de strengste winterkoude blijft ze in onze streken.
Zij is dus geen trekvogel, zooals de ooievaar en de spreeuw,
maar een standvogel. Gij kent haar zeker allen; toch willen
we haar portret eens wat nauwkeuriger bekijken. Zij is kleiner
dan de spreeuw, ook is zij minder schoon. Haar plomp lichaam
is met grauwe veeren bedekt. Het mannetje heeft voor de
borst een zwarte vlek en op de vleugels een lichte streep.
De dekveeren van den rug zijn een weinig bruin. De snavel
is kort en dik, maar zeer sterk. Daarmee pikt de musch in
alles, wat zij vindt.
Men noemt de musschen wel eens de straatjongens onder
de vogels. Die naam voorspelt u zeker niet veel goeds. Voor-
eerst zijn ze vrij brutaal; ook diefachtig zijn ze in de hoog-
ste mate. Weinig zorg besteden ze aan haar nest, da. ze
van strootjes, veeren en lapjes onder de dakpannen of in een
boomholte bouwen. Kunnen ze een zwaluwnest bemachtigen,
dan laten ze zulks niet na. Dit loopt echter niet altijd even
goed voor haar af.
De musch legt een vijftal grauw gevlekte eitjes, die aan
beide einden bijna even dik zijn. Daaruit komen na een
korten broedtijd evenveel kale jongen. Nauwelijks zijn deze
volwassen, of de ouden maken het nest in orde voor een
tweede broedsel. Zoo kunnen een paar musschen in één jaar
wel drie- of viermaal een nest vol jongen groot brengen. Gij
begrijpt dus, dat deze dieren zich sterk vermenigvuldigen.