Boekgegevens
Titel: Natuurlijk lezen
Deel: II Oefeningen voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Sandwijk, Gijsbertus van
Uitgave: Purmerende: J. Schuitemaker, 1872
5e, verb. en naar de nieuwe spelling veranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7866
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202941
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurlijk lezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
stamvader van het hondengeslacht noemt men den her-
dershond ; deze is van middelbare grootte, heeft een vrij
spitsen snoet, korte opstaande ooren, eene meestal zwarte
huidkleur en lang haar over het lichaam. Het is verwon-
derlijk te zien, hoe hij de kudde geleidt, en hoe zelfs de
schapen meer naar hem dan naar den herder hooren.
Op den wenk van den laatsten brengt hij ze bijeen en
drijft ze den weg op, waarheen de herder wil. De
herder verlaat zich geheel op hem en legt zich, wanneer
hij zulks verkiest, gerust in het veld te slapen. Komt
er een wolf op de schapen aan, dan stelt de hond zich
te weer en vecht met hem op leven en dood; doch
daar de herdershond meestal te licht is voor den wolf,
heeft de herder eene soort van grooten wachthond bij
zich, die den herdershond dan te hulp komt.
Van alle hondensoorten is de poedel wel het meest
de vriend vau zijn meester. Gij kent dezen hond aan
zijn krullend haar, ronden, ruigen kop, dik, gedrongen
lijf, korte pooten en eigenaardig karakter; andere honden
zijn hunnen heer ondergeschikt of slaafs onderworpen,
de poedel niet: deze gaat vrij met zijn meester om; er