Boekgegevens
Titel: Natuurlijk lezen
Deel: II Oefeningen voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Sandwijk, Gijsbertus van
Uitgave: Purmerende: J. Schuitemaker, 1872
5e, verb. en naar de nieuwe spelling veranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7866
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202941
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurlijk lezen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
4.
DE HOND.
De hond is al een zeer nuttig dier; zijne goede
eigenschappen en vermogens stellen hem in waarde bo-
ven alle andere dieren; hij is snel van beweging, scherp
van reuk, sterk van geheugen, onbegrijpelijk leerzaam en
van alle dieren het meest aan den mensch gehecht. Ou-
der geen dierengeslacht is evenwel grooter verbaslering dan
onder de houden, waarom het niet mogelijk is alle bastaard-
soorten op te noemen. Het is opmerkelijk, dat de honden in
hun wilden natuurstaat, zooals b. v. de herdershonden iu de
Egyptische woestijnen, niet blaffen, maar wel huileu en knor-
ren. Toen Columbus de honden, welke hij naar Amerika had
overgebracht, wederzag, bevond hij, dat zij daar, in het wild
levende, het blaffen verleerd hadden. Ook de ouden gewagen
reeds van dit verschijnsel; althans Jesaja vergelijkt de blinde
wachters van Israël met de wilde honden als hij zegt :
„zij zijn stom; zij kunnen niet blaffeu." — Het schijnt
dus, dat het blaffen der honden eene bekwaamheid is,
verkregen door hunne inspanning tot spreken, dat zij iu
hunnen omgang met menschen beproefd hebben. Als