Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
76.
ENGELSCHE
7ien 4. Zij vïilde ow' hoogmoed 5 vernederen, en zij had
gelijk. Ik zal i'w goede gezL-Ischappen verkeerenQ^ omdat mijn
vader het hevolen 7 heeft. Hij vergat 8 de heleedigingen 9;
daarom werd hij bemind. Wij verbeterden 10 ons gedrag, om
onze moeder genoegen te geven. Wij hebben de schoonheid 11
van dat la7idschap 12 bewonderd 13; maar gij waart in dien
tijd afwezig. Zouden uwe vrienden de zwarigheden 14 fó boven
homen 15? Hoe kan ik 't welen? Gij hebt gelijk; H was
eene dwaze vraag. De vijanden vermijden 16 het bloedvergie^
te7i 17, dit weet gij.
4 reason.
5 pride.
6 to freqaent,
7 to order.
8 forgot.
9 insult.
10 to reform.
11 beauty.
12 landscape.
13 to admire.
N®. 63.
14 difficulty.
15 to surmount.
16 avoid.
17 bloodshed.
Deze deugdzame man offert 1 zijn belang 2 op aan 't alge-
meen welzijn 3. Laat hem deze zaak uit de war hre7igen 4 ;
by heeft tijds genoeg. Vermijd het gevaar 5, stil 6 zijn'
toor7i 7, en verzacht 8 zijn hart. Wees gerust 9, wij zullen
alle zwarigheden uit de7i weg ruimeti 10. Hebt gij hen ge-
waarschuwd voor 11 bet gevaar? Gewis, Mijnbeer! zij zullen
Toorzigtig zijn. Ferirt?« 12 die slechten wi>13ons gezelschap
Wij zullen liever 15 de 07ideugende7i 16 beheere7i 17. Zul-
len zij slagen 18 in hunne 07ider7\eming 19? Ik geloof ya 20.
Geniet 21 deze vrouw eene goede gezondheid? Zeker; zij is
nog nimmer 07igesteld 22 geweest. De stad Troje 23 werd
door de Grieken ingenomen 24.
1 to sacrifice.
2 interest.
3 public good.
4 to unravel.
5 danger.
6 to appease.
7 anger.
8 to soften.
9 quiet.
10 to remove.
11 to warn of.
12 to banish.
13 from.
14 society.
15 rather.
16 the wicked.
17 to convert.
18 to succeed,
19 undertaking.
20 so,
21 to enjoy.
22 indisposed.
23 city of Troy.
24 was taken.
64.
Zij zonden de straf 1 07idergaa7i 2, indien uw broeder *t hun
1 punishment, 2 to undergo.
\
HlÉ