Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPKÄÄKKUNST. 75
60.
Zal bij niet meten 1 ? Neen , maar bij zal betalen. Zal ik
niet ontvangen ? Ik twijfel 2 er aan. Zullen wij dan niet
overtuigen 3 ? liet is mogelijk. Zult gij dan vermenigvuldi-
gen 4 ? Dat zal ik u op een' anderen tijd vertellen. Gij zijt
niet vriendelijk. Zullen zij ook vergeven 5 ? Zou ik morgen de
eer hebben deze vrienden te ontmoeten 6 ? Dat zou kunnen
wezen. Zou bij den tijd gebad bebben , om zijne zaken af te
mahen 7 ? "Wij zullen 't hem vragen als bij hier komt. Zou-
den zij niet vernederd 8 hebben ? Zal hij overmorgen niet
nagevolgd 9 bebben ? Zou de meid geene thee en koffij ge-
haald 10 bebben? Gewis, hier hebt gij alles.
1 to measure. 5 to pardon. 8 to humble.
2 to question, to doubt of. 6 to meet with. 9 to imitate.
3 to convince. 7 to finish. 10 to fetch.
4 to multiply.
61.
Ik verschrik 1 de menschen. Gij aanbidt 2 God, Hij ver-
kondigt 3 goed nieuws. De tuinman hegiet 4 den tuin. Wij
vallen den vijand aan. Gij warmt 5 bet bed. Zij borduren 6
haar kleed 7. Veroordeel 8 ik uw gedrag? Overwoogt 9 gij de
vraag? Vertroostte 10 dit meisje bare moeder? Voldeed 11
deze leerling 12 den meester? Verbeteren 13 wij de mis-
slageii 14? Ontzegelt 15 gij den brief, dien wij van Londen
ontvangen bebben? Beslissen 16 die kleine jongens de vraag?
Hebben zij de hoozen 17 07itwape7id 18? Ik weet van dat
alles niets.
1 to alarm. 7 gown. 13 to correct.
2 to worship. 8 to condemn. 14 fault.
3 to announce, 9 to consider. 15 to unseal.
4 to water. 10 to comfort. 16 to decide.
5 to warm. 11 to satisfy. 17 the wicked.
6 to embroider. 12 pupil, 18 to disarm.
62.
Ik zal uwc zuster uit de dwaling brengen 1 , zoo als ik u
beloofd 2 heb. Zij stelden de straf uit 3, om deze rede-
1 to undeceive. 2 to promise. 3 to defer.