Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 57
De volmaakt verleden tijd wordt gevormd door bijvoeging van
ed bij den eersten persoon des tegenwoordigen tijds, als: I cover,
ik dek; I coverym , ik dekte; heeft de eerste persoon reeds eene
e dan voegt men er enkel eene d achter; b. v.: I love, ik bemin j
I loven, ik beminde; I release, ik laat los; I releases, ik liet los.
Het verleden deelwoord {past participle) wordt op dezelfde wijze
gevormd.
De éénige persoon, die hier verandert, is de tweede van 't en-
kelvoud; bij dezen voegt men st, als; tkou loved^T, gij bemindet;
thou released%i, gij liet los. De overige personen zijn alle aan den
eersten gelijk.
De volmaakt verleden tijd wordt gevormd door den tegenwoor-
digen tijd van het hulpwoord to have of io he, en het verleden
deelwoord van *t werkwoord, dat men vervoegt, als: I have loved,
ik heb bemind ; I am come, ik ben gekomen.
De meer dan volmaakt verleden tijd wordt gevormd door den
onvolmaakt verleden tijd van het hulpwerkwoord, en *t verleden
deelwoord van 't werkwoord, dat men vervoegt, als: I had loved,
ik had bemind; I was come, ik was gekomen.
De toekomende tijden worden gevormd door de hulpwerkwoorden
shall ea will. Hierbij moet men volstrekt acht gevea op H vol-
gende:
Will in den eersten persoon van 't enkel- en meervoud duidt
eene bedreiging, een besluit of eene belofte aan: maar in den
tweeden en derden persoon is 't alleen maar eene voorspelling. —
Wanneer men dus zegt: I will reward the good, ik zal (wil)
de goeden beloonen, beteekent dit zoo veel als: His mijn be-
sluit, 't is mijn wil de goeden te beloonen. De uitdrukking
he will repent of his follies, beteekent: ik voorspel, dat hij
berouw zal hebben over zijne dwaasheden: Yoi^ will have a plea-
sant walk, ik vermoed, dat gij eene vermakelijke wandeling zult
doen.
Shall, integendeel, duidt in den eersten persoon alleen eene
voorspelling aan : l shall go abroad, ik zal uitgaan, ik heb plan
uit te gaan. — In den tweeden en derden persoon is 't eene be-
lof te, een bevel, eene bedreiging: thou shalt go, beteekent: gij
zult, gij moei gaan; he shall come, hij zal, hij moet komen.
Spreekt men echter vragender wijze, zoo gebruikt men deze hulp-
woorden juist omgekeerd.
De tijden van de vermogende wijs (potential mood) worden ge-