Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
ENGELSCHE
Imperfect tense,
I would.
Thou wouldst,
He woldd,
We would.
You would.
They would,
Onvolm. verleden tijd.
Ik wilde of zoude.
Gij wildet of zoudet.
Hij wilde of zuude.
■\Vij wilden of zouden.
Gij wildet of zoudet.
Zij wilden of zouden.
De ontbrekende wijzen en tijden worden gevormd van to he willing,
willens zijn, als: I have leen willing^ ik heb gewild; I had heen
willing, ik had gewild, enz.
mat,
present tense,
I may.
Thou mayst.
Me may.
We may.
You may.
They may.
Imperfect iense,
I might,
Thou mightst,
He might.
We mighty
You might,
They might,
CAN,
Present tense,
I can,
Thou canst t
He can.
We can^
You can ,
They can,
Imperfect tense,
I could.
Thou couldst.
He could.
We could.
You could.
They couU,
MOGEN.
Tegenwoordige tijd.
Ik mag.
Gij moogt.
Hij mag.
"Wij mogen.
Gij moogt.
Zij mogen.
Onvolm, verleden tijd.
Ik mogt.
Gij mogt.
Hij mogt.
"VVij mogten.
Gij mogt.
Zij mogten.'
KUNNEN."
Tegenwoordige tijd.
Ik kan.
Gij kunt.
Hij kan.
\Vij kunnen.
Gij kunt.
Zij kunnen:
Onvolm. verleden tijd.
Ik kon.
Gij kondet.
Hij kon.
"NV ij konden.
Gij kondet.
Zij konden.
De ontbrekende wijzen en tijden worden gevormd van io he ahle,
in staat zijn, als: I have heen ahle, ik heb gekonnen; I had heen
ahle, ik had gekonnen; I shall he ahle, ik zal kunnen, enz.
to do,
Present tense.
doen.
Tegenwoordige tijd.
/ do.
Ik doe.
j