Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
40 ENGELSCHE
T/ie women vjho are there^ have de vrouwen, die daar zijn, heb-
told it, ben bet verhaald.
The hooJc which is lost, het boek, dat verloren ia.
The tables which are made by de tafels, die door den schrijn-
ihe joiner , werker gemaakt zijn.
Dat men de andere betrekkelijke voornaamwoorden zoowel voor
personen als zaken bezigt, is duidelijk uit de volgende voorbeelden:
They that i^ho) reprove us ^ zij, die ons berispen.
The man that speaJcs, de man, die spreekt.
That wordt gebruikt in plaats van who of which: 1. Na bijvoe-
gelijke naamwoorden in den overtreffenden trap, — na de woorden
the same, dezelfde en all, alle en dikwijls na some, eenige en any,
eenige. 2. AVanneer het voorgaande (antecedent) uit twee zelfstandige
naamwoorden bestaat, waarvan het eene who en het andere which
vereischt. 3. Na de vragende who; als:
1. It is the best that can be got, het is de beste, die te krij-
gen is. It is the same that, het is hetzelfde, dat enz. All that
we saw, alles, wat wij zagen.
2. The man and the dog that were in the street, de man en
de hond, die op straat waren.
3. "VVno that has any sense of religion would have argued thus?
AVie, die eenig godsdienstig gevoel heeft, zou aldus geredeneerd hebben?
Uit de zamenstelling van who, which en what met soever, ont-
staan : whosoever, al wie; whichsoever, welke ook; whatsoever,
wat ook. Deze woorden komen echter zelden anders dan in ouden
stijl voor; hedendaagsche schrijvers gebruiken alleen whoever, dat
met whosoever gelijk staat, whichever, dat gelijke beteekenis heeft
met whichsoever, en whatever, dat met whatsoever overeenkomt.
Opstellen over de Betrehhelijke Voornaamwoorden,
IV°. 39.
De kopjes 1 en schoteltjes 2, die uwe taiite 3 ons g€geve7i
4 heeft, zijn zeer fraai 5. De groenten 6, die de meid op de
markt 7 gekocht heeft, zijn niet goed. Het vat 8 en de em-
mer 9, in welke gij 't water gegoten 10 hebt, zijn lek 11.
1 cup. 5 fine. 9 pail.
2 saucer, 6 vegetables. 10 poured.
3 aunt. 7 market. 11 are leaky.
4 given. 8 cask.