Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
38 ENGELSCHE
die rijkdom en dit geluk zijn de gevolgen van die vlijt 12 en
van deze naarstigheid ld. De toreji 14 van die kerk is de
hoogste van al de torens in deze stad. Die kinderen zijn lui 15
en ongevoelig 16, maar deze zijn vlijtig en -werkzaam ; gene
worden daarom gehaat 17 en veracht 18, maar deze vorden
hemind 19 door iedereen 20. Vit verheugt mij 21.
12 industry. 16 insensible. 19 beloved.
13 diligence. 17 hated. 20 by every one.
14 steeple. 18 despised. 21 1 am glad of it.
15 idle.
4. Over de Vragende Voornaamtcoorden.
Deze voornaamwoorden worden gebruikt, om naar personen of
zaken te vragen; zij zijn: who, wie; which, wie, welke, wat;
what, wat. Who wordt aldus verbogen;
who, wie?
whose [of whom), van wien ?
whom, wien? aan wien?
Het meervond is even als 't enkelvoud.
Which en what zijn ook van beide getallen.
Whose wordt soms als de tweede naamval van which gebruikt,
b. V.: Is there any other doctrine, whose followers (beter the follo-
wers of which) are punished? Is er wel eenige andere leer, wier
belijders getraft worden ?
Opstellen over de Vragende Voornaamwoorde^i.
37.
Wie is daar? De vrederegter 1, de landvoogd 2, de afge-
zant en de raadsheer 3. Wat zegt gij 4? dat is onmogelijk!
Van wien hebt gij die wolhalen 5 oiitvangen 6? Van den
koopman. Aan wien heeft hij de diamanten 7 en edelgesteenten 8
gezo7iden 9? Aan den diamaiitslijper 10 en juwelier 11.
Wien zie ik? Den herhvoogd 12, den biechtvader 13 en den
monnih 14. Ik ken deze menschen niet, van waar 15 homen
1 justice of peace. 6 received. 11 jeweller.
2 governor. 7 diamond. 12 prelate.
3 counsellor. 8 precious stones. 13 confessor.
4 what do you say? 9 sent. 14 friar.
5 bale of wool. 10 diamond-catter. 15 whence*