Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
ENGELSCHE
Om den persoon nog meer bepaald aan te dolden, voegt men
het woordje self, zelf, zelve, bij de persoonlijke voornaamwoorden,
als: I do it myself, of ï myself do it, ik doe het zelf, zelve. He
saw it himselft of: he Jiimself saw it, hij zag het zelf. We come
ourselvesy of: we ourselves come, wij komen zeiven, enz.
Opstellen over de Persoonlijke Voornaamivoordeii.
27.
Wie is daar 1 ? Ik , hij , zij cn de onderwijzer der nicht.
Van wien 2 spreken 3 de kinderen.^ Van hem, van haar en
van ons. Hoe 4 is cfat mogelijk? Geef 5 de spraakku7isten 6
aan hem cn aan mij of aan die deugdzame leerlingen. Ik straf!
a, Iiem, haar cn hen , omdat 8 gij 07ideugend 9 geweest
zijt 10. "Wie zegt 11 dat? Zij en wij. Ik ontving 12 twintig
riem 13 papier van I»em, maar 14 niet van hen. Ik wist
het niet 15, mijnheer! Breng 16 dit geld 17 aan haar, zij
heeft het noodig 18,
1 who is there.
2 of whom.
3 speak.
4 how.
5 give.
0 grammar.
7 pnnish.
8 because.
9 naughty.
10 have been.
11 says.
12 received.
23.
13 ream of.
14 but.
15 I did not know it.
16 bring.
17 money.
18 she is in need of it.
Ik heb den afgezant zeiven gezien 1 ; lüj was t'hiiis. Wij
bebben het zeiven geschreven 2 ; zij tveten 3 dit. Ilij en zij
gaan 4 naar de kermis 5, maar ik hlijf 6 t'huis , omdat 7
ik ongesteld 8 ben. Baar zijn 9 de zusters; ik zag 10 baar
gisteren iu den winkel 11 van mejufvrouw 12 S. Ik ken haar
niet 13; zoo als 14 ik u reeds 15 gezegd IQ heb. Wie ko-
men 17 daar? Zij, bij en de vreemdelingen 18, die hede7i\d
aangekomen 20 zijn.
1 seen.
2 written.
3 know.
4 go.
5 fair.
6 remain.
7 because.
8 ill.
9 there are.
10 saw,
11 shop.
12 miss.
13 I don 'tknow them.
14 as.
15 already.
16 told.
17 come.
18 foreigner.
19 to-day.
20 arrived.