Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
31
De eerste persoon is degene, die spreekt.
De tweede persoon is degene, tot wien men spreekt.
De derde persoon is degene, van wien men spreekt.
De eerste en tweede persoon duiden bet geslacht niet aan; het-
geen ook minder noodig is, dewijl degene, die spreekt, en hij,
tot wien men spreekt, verondersteld worden tegenwoordig te zijn;
Maar de derde persoon, of hij van wien men spreekt, dikwerf af-
wezig zijnde, is noodzakelijk, bet geslacht aan te duiden. Hier-
voor is 't mannelijke he, hij; 't vrouwelijke she, zij; en 't onzijdige
it, het.
De persoonlijke voornaamwoorden worden aldHis verbogen:
Enkelvoud.
ik.
mine, mij.
me, mij.
Enkelvoud.
iliou, gij.
ihine, uwe.
ihee, n.
Eerste persoon.
we, WIJ.
ours, onze.
W5, ons.
Tweede persoon.
you, gij.
yours, uwe.
you, u.
Meervoud.
Meervoud.
he, hij.
his, zijn.
him, hem.
Derde persoon.
Mannelijk Enkelvoud. Vrouwelijk Enkelvoud,
she, zij.
hers, haar.
her, haar.
Onzijdig.
li, het.'
lis, zijn.
It, het.
Mannelijk, Vrouwelijk en Onzijdig Meervoud.
ihey, zij.
iheirs, hun,
them, hen.
ï
>