Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
ENGELSCHE
Dg bijvoegelijke nfiarawoordeu hebben drie trappen van vergelij-
king {degrees &f comparison), als: den stellenden (positive), den
vergelijkenden {comparative) en den overtreffenden trap (superlative.)
De stellende trap duidt de hoedanigheid van een voorwerp aan
zonder vermeerdering of vermindering, als: great, groot; wise,
wijs; good, 'goed.
De vergelijkende trap vermeerdert of vermindert de beteekenis van
den stellenden trap, als: greater, grooter; wiser, wijzer; less
wise, minder wijs.
De overtreffende trap vermeerdert of vermindert de beteekenis
van den stellenden trap tot den hoogsten of laagsten graad, als:
wisest, wijst; greatest, grootst; least toise, minst wijs.
Men vormt den vergelijkenden trap, door er bij den stellenden
trap te voegen, als:/aw', schoon ;/^ïVer schooner. — Wanneer
de stellende trap reeds op eene e eindigt, voegt men er maar enkel
eene r bij, b. v.: icisc, wijs; wise"^ wijzer.
Men vormt den overtreffenden trap, door est hij den stellendeu
te voegen, als: great, groot; greatEST, grootst; — of enkel st,
wanneer 't bijvoegeUjk naamwoord reeds op eene e eindigt, b. v.:
fine, mooi; mooist.
Men vormt ook de trappen van vergelijking door de bijwoorden
more en most, b. v.: more sagacious, schranderder; most saga-
cious, schranderst.
De meeste éénlettergrepige woorden worden vergeleken door bij-
voeging van er en est, zoo als;
Mild, zacht;
Great, groot;
Small, klein;
Wise, wijs;
Ifat, vet;
High, hoog;
Zow, laag;
Deep, diep;
Broad, breed;
Thin, dun;
TUch, dik;
Long, lang;
Short, kort;
Soon, vroeg;
milder; mildest,
greater; greatest,
smaller; smallest,
wiser; wisest,
fatter; fattest,
higher; highest,
lower; lowest,
deeper; deepest,
broader; broadest,
thinner; thinnest,
thicker; thickest,
longer; longest,
shorter; shortest,
sooner; soonest.