Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 237
Leid verduistert 21 den luister 22 van q\\q le Jew aamheden
en hrejigt 24 ons in algemeene verachting. Hij, die gezegend
is met een zuiver 25 geweten , geniet, in de moeijelijkste om-
standigheden 26 des menschelijken levens, een' vrede en ccne
rust , die alleen aan de deugd eigen 27 zijn.
21 to darken. 24 to sink. 2G the worst conjuncture,
22 lustre. 23 clear. 27 peculiar.
23 accomplishment.
215.
Een man, die zijne kinderen aan de vlijt 1 gewent, zorgt ^
beter voor hen dan dat hij hun schallen nalaat, 's Menschen
hoogste goed is een opregt hart, 'Iwelk geene aardsche magt 3
kan schenken 4 noch ontnemen. Wij moeten onze hartstoglen
wantrouwen 5, al schijnen zij ons nog zoo redelijk toe. 't Is
dwaas, cn zelfs ongerijmd 6, anderen onze gevoelens op te
dringest 7. Dezelfde grondZ'^m overtuiging 9 werkt lÜ ver-
schillend op denzelfden mensch , in verscliillende omstandighe-
den , en op verschillende menschen, in dezelfde omstandigheden.
Kies steeds wat het geschiktste is 5 cn de gewoonte zal dit het
aangenaamste maken. Een opgeruimd 11 gelaat 12 toont 13
een goed hart on?i 13. Angsten gedwongenheid 14 zijn de be-
stendige gezellen 15 des hoogmoeds. De menschen maken zich
belagchelijk , niet zoo zeer door de hoedanighedcu , die zij heb-
ben , als wel door aanspraak ie maken op 10 die, welke zij
öiet hebben. Onze voor- of tegenspoed 17 hangt niet zelden
af van 't verkiezen onzer vrienden, leder mensch , hoe gering
ook 18, maakt eenige figuur in zijne eigene oogen. De belee-
digingen, die wij anderen aandoen, en die, welke wij ontvan-
gen , worden zelden in dezelfde schaal 19 gewogen 20.
1 industry. 8 ground. 15 attendant.
2 to provide. 9 conviction. 16 by affecting.
3 earthly powerj 10 to operate. 17 good or bad fortune,
4 to bestow. 11 cheerful. 18 however little,
5 distrust; mistrust. 12 countenance. 19 balance.
6 absurd. 13 to show. 20 to weigh.
7 to obtrude. 14 constraint.
216.
De menschen hechten 1 gewoonlijk meer waarde ä^m 2 de
diensten 5 welke zij anderen doen, dan aan die, welke anderen
1 to put. 2 upon.