Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
232. ENGELSCHE
ongescliikt vcor du samenleving 9. Wanneer een mensch aan
niemand anders dan «ffw zich zeiven denht 10, is hij niet
waard 11, dat liij leeft. Zijne geboorte te vergeten doorslechte
daden le doen, of cr te veel aan te denhen 12 uit trotschheid 13,
is haar le onteeren. Een lui 14 mensch is zich zeiven een
last 15; zijn ligchaam ongestelddoor gebrek aanoefe-
zijn geest is in duisternis 19; zijne gedachten zijn rer-
ward 20; zijn buis is in wanorde; h'i^heweetit 21 zijn 22 ,
maar heeft geen* moed 23 genoeg, om bet le herstellen 24.
9 society. 15 burden. 20 confused.
10 to raiud. 16 diseased. 21 to deplore.
11 to deserve. 17 for want of. 22 fate.
12 remember. 18 excrcise. 23 resolution.
13 vanity. 19 darkness. 24 to remedy.
14 slothful.
N®. 208.
De Romeinen waren er bijzonder 1 op gesteld om voor ^
afstammeli7ige7i 3 van de goden gehouden te wordeji 4. Ge-
lijk een kreupele 5 te vergeefs de sclioonheid zijner beencn
zon prijzen 6, dewijl bij er geen gebroik van kan maken,
zonder te toonen , dat zij slecht zijn ; even zoo zou een dwaas
zich te vergeefs op wijsheid beroemen 7, dewijl 8 hij niet
kan spreken, zonder zijne buitensporigheid 9 aan den dag te
leggen. Dc bedorvenheid 10 der menschelijke natuur is zó6
groot, dat wij dikwerf meer inge^iomen 11 zijn met onze ge-
breken 12 dan met onze goede hoedanigheden. Kiemand wordt
schielijker 13 onderdrukt 14 dan hij, die niels vreest, omdat
zorgeloosheid 15 dikwerf H begin is der oiigeluhken 16. Een
waar wijsgeer vermijdt 17 de rijkdommen en waardigheden;
hij vreest deze en veracht 18 gene. De wijsheid is tevreden
met het tegenwoordige, en verwacht geduldig het toekomende.
Marcus-Aureliuste zeggen 19, dat hij het^fene bijge-
leerd had , niet geven wilde 20 voor al 't goud der wereld ;
1 particularly. 8 since. 15 security.
2 desirous. 9 extravagance. 16 calamity.
3 descendant. 10 depravity, 17 to shun.
4 of being thought, 11 pleased. 18 to despise.
5 lame man. 12 failing. 19 used to say.
6 to praiso. 13 speedily. 20 to part witb.
7 to boast, 14 to oppress.