Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 231
ingebeelde Itwalen. De boop, de lalsem 20 van 't leven,
troost 21 ons in elk ongeluk.
20 balm. 21 to soothe.
N®. 192.
De tevredenheid, de bron 1 der deugd, woont zoowel in de
eenzaamheid 2, als in de werhzame 3 iooneelen 4 des levens,
Hoe meer een man van zich zelven spreekt, boe minder bij er
van houdt om van een' ander te booren spreken. Niets/>rcMi5
ons sterker onderwerpi^ig 6 in 5 , dan de ondervinding van
onze eigene onbekwaamheid 7 om ons zelvcn te besturen 8.
Verwacht niet meer van de wereld dan zij in staat is om te
geven. Hij, die een vreemdeling in de vlijt is, kan bezitten,
maar niet genieten. Het is de zaak 9 der meerderen, om te ^e-
stureii 10 ; der minderen , om te gehoorzamen ; der geleerden ,
om te onderwijzen 11 ; der onwetenden , om leerzaam te zijn ;
der ouden, om mededeelzaam 12; der jongen , om oplettend
en vlijiig te zijn 12. Eene der edelste christelijke deugden is
onze vijanden te beminnen. Een zacht gemoed 13 is gelijk een
Sflc/i/e 14 stroom , welke ieder voorwerp in zijne 15 ere»-
redigheid 16 en schoonste kleuren terugkaatst 11. Blind moest
de man zijn, die niet de duidelijkste 18 bewijzen 19 ont-
dekte 20 van het Goddelijk bestuur over de geheele wereld,
1 offspring. 9 province. 15 jost.
2 retirement. 10 to direct. 16 proportion.
3 active. 11 to instruct. 17 to reflect.
4 scene. 12 to be communica- 18 striking.
5 to inculcate. tjve. 19 proof.
6 resignation. 13 gentle mind, 20 to discern,
7 inability. 14 smooth. 21 government.
8 to guide.
193.
Het is de arbeid alleen , die aangenaamheid 1 aan 't ver-
maak geeft. Zij, die den nijd opwekken 2, balen zich ligt
berisping 3 op don bals. Vele dier onheilen 4 , die onze klag-
ten over de wereld veroorzaken , zijn maar ingebeeld 5. Zijn
gedrag, zoo helajtgeloos Q als edelmoedig, werd algemeen goedr
1 relish. 3 censure. 5 imaginary.
2 to raise. 4 evils. 6 disinterested.