Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 215
was de persoon , die door den laster 19 zeer mishandeld 20
werd, en die de onregtvaardigheid verdroeg 21 met groot ge-
duld. Door verwaandheid 22 en ijdellieid verwekhe7i 23 wij
vijandschap 24, en halen ons ld verachtijig op den hals 26.
10 calumoy. 22 presumption. 25 contempt.
20 to abuse. 23 to provoke. 26 to incur,
21 to bear. 24 enmity.
N°. 184.
IJij is matig, belangeloos 1 en weldadig 2, een sieraad 3
voor 4 zijne familie. De opofferingen 5 der deugd zullen niet
alleen hier namaals 6, maar zelfs reeds in dit lavbeloond!
worden. Indien de jonge lieden besloten 8 zich naar de
regelen der deugd te gedrage^i 9 , zouden zij niet alleen aan
vele gevaren 07itsnnppen 10, maar zelfs de achting der los-
handig en 11 afdwingen 12. Uw oom was een man van ge-
leerdheid , van hennis en weldadigheid ; cn , wat meer is , hij
was een waar Christen. AVij prijzen 13 en berispen 14 dik-
werf onvoorzigtig. Beschouw 15 den staat 16 van 't men-
schelijk leven cn de zamenleving 17 met menschen als door-
mengd 18 met goed en kwaad. Geen rang 19 noch staat 20,
geene hooge geboorte 21 noch eenige bezittingen spreken den
mensch vrij 22 van zijn aandeel 23 toe te brengen lot het
algemeen welzijn 24. O godsvrucht! o deugd! hoe ongevoelig
^Ü geweest voor 25 uwe bekoorlijkheden! Gij hoort het ^e-
luid 26 van den uind; maar gij kunt niet zeggen vanwaar
hij komt, of waar 28 hij heengaat.
1 disinterested. 10 to escape. 19 rank.
2 beneficent. 11 licentious. 20 station.
3 ornament. 12 to command; to 2-1 dignity of birth.
4 to. extort. 22 to exempt.
5 sacrifice. 13 to commend. 23 share.
6 hereafter. 14 to censure. 24 utility.
7 to reward. 15 to reflect on. 25 to.
8 to determine (met 16 state. 26 sound.
io be). 17 society. 27 whence.
9 to conduct one's self. 18 to mix. 28 whither.
N°. 185.
Niemand was zoo neêrslagtig als bij van daag was; niemand
heeft ook zulke vernederingen 1 ondergaand. Hoewel zijne on-
1 mortification, 2 to sustain.