Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
214. ENGELSCHE
ilc mis gehail Iieb. Hij is noch zoo verheven 13, noch zoo ge-
acht , als hij zich zeiven gelooft. Wij zijn over 't algemeen
ingenomen 14 met elke kleine volmaaktheid 15, zoowel van
't ligchaam , ais van de ziel. Hij won niet anders 16 met
zijne redevoering 17 dan geprezen 18 te worden over 19 zijne
welsprekendheid. Hij heeft weinig meer van een' geleerde 20
dan den naam. Menschen, die verraderlijk 21 handelen, moe-
ten vermeden 22 worden. Hoewel hij schitterende 23 hoe-
danigheden bezit, is hij niet zoo trotsch als zijn broeder.
AVaar klagen zij over 24? Ik weet het niet; ik geloof, dat
zij zonder reden klagen.
13 erainent. 17 speech. 21 treacherously.
14 pleased. 18 to commend. 22 to avoid.
15 accomplishment. 10 for. 23 shining.
16 further. 20 scholar. 24 of.
Opstellen over al de taalregelen in't algemeen,'
tot verdere oefening in 't vertalen.
183.
Dß ouderdom 1 zal een treurige 2 leeftijd 3 zijn, wanneer
wij dien hereiken met een onverbeterd 4 of bedorven 5 hart.
Het is niet alleen de pligt, maar ook 't belang van jonge
lieden, om leerzaam 6 en naarstig to zijn. Zonder staiidvastig-
heid 7 kan niets groots 3 ondernomen, niets moeijelijks, noch
gevaarlijks 9 worden uitgevoerd 10. Zijne misdaden hebben
hem in den grootsten kommer 11 en in néér slagtigheid 12
gebragt; ik beklaag bem in zijn ongeluk. Wij moeten WrtÄ'CW 13
tegen eene al te groote gestrengheid, en eene al te ^^vooKe toege-
vendheid 14 omtrent de zeden. Wij moesten denkest aaii 15
belgeen de wijste mannen gezegd en gpscbreven hebben over
menschelijk geluk en menschelijke ijdelheid 16. De volken,
die dit land bewonen, hebben een gezond klimaat 17 en een'
vruchtbaren grond 18 ; zij leven in overvloed en genoegen. Dit
1 old age. 7 firmness. 13 to guard one's seif»
2 sad. 8 nothingthatis great. 14 facility.
3 season. 9 hazardous. 15 recollect.
4 unimproved. 10 to accomplish. 16 vanity.
5 corrupt. 11 extreme distress. 17 climate.
6 studious. 12 perplexity. 18 soil.