Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
191
of tegenspoeden 30 ons treffen 31 , wordt de opregtheid 32
der vriendschap beproefd.
30 reverse of fortune. 31 to affect. 32 sincerity.
169.
Een hits 1 antwoord 2 , eene gerieigdheid 3 om te heris-
pen 4, of een twistzieke 5 en tege7isprekende 6 aard 7 , is
in slaat om 't huiselijk 8 leven te verbitteren 9 en vrienden
te doen twisteii 10. AV^anneer de natie hlaagl, moeten de re-
genten 11 naar hare stem hooren 12. Hendrik 13 de Groote
was een groot vorst: noch zijn paleis, noch zijn hart was voor
iemand gesloten 14. Tegenspoed ontstelt 15 noch ontmoe»
digt 16 den regtvaardige ; voorspoed hederft 17, i\qq\\ verhoo-
vaardigt 18 bi-m. De deugd wordt noch verloren door schip'
breuk 19 , noch veranderd door de wisselvalligheden 20 der
tijden. Gelijk 21 de aarde niet altijd rozen en leliëii 22 voort-
brengt , maar ook doornstruiken 23 en distels 24 , zoo geeft
ons de wereld niet aliijd genoegen, maar somtijds droefenis
en kommer 26. Er is geen zachter 27 verwijt 28, noch
krachtiger 29 vermaning 30 dan een goed voorbeeld. Gij
hebt gelijk.
1 tart.
2 reply,
3 proneness.
4 to rehuke.
5 captious.
6 contradictions.'
7 spirit.
8 domestic.
9 embitter.
10 to set at variance.

11 rulers.
12 to listen to.
13 Henry.
14 to shut against.
15 to trouble.
IG to cast down.
17 to spoil,
18 to make proud.
19 shipwreck.
20 vicissitude.
21 as.
22 lily.
23 briar;
24 thistle.
25 affliction.
26 trouble.
27 mild.
28 reproof.
29 more effectual.
30 exhortation.
Over de tijden en wijzen der Werkwoorden,
(Zie ook bladz. 53 tot 60.)
De tegenwoordige en de onvolmaakt verleden tijd worden in 't En-
gelseh op driederlei wijze uitgedrukt. Vergelijk: bladz. 63 tot 70; als:
I write,
I am writing
I do write
nting, i
ite, )
Ik schrijf.