Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 187
Wanneer men twee verschillende personen heeft, dan moet het
werkwoord overeenkomen met den persoon, die er bet digtste bij staat•
I or thou art to hlame, Ik of gij zijt te berispen.
Thoit or I am guilty, Gij zijt schuldig of ik.
ƒ, thou or he is the author of it. Ik. gij of hij is er de schrijver van.
Wanneer er evenwel een naamwoord in H meervoud staat, moet
ook 't werkwoord meervoud zijn.
Wanneer op den eersten persoon het betrekkelijke toho volgt, is
H volgens de meeste taalkundigen, meestal onverschillig, of 't werk-
woord in den eersten of in den derden persoon staat, als:
I am the man who command you, Ik ben de man, die n beveelt.
of:
I am the man who commands you.
Opstelle7t over de getallen der Werkwoorden»
164.
Teleurstellingen 1 oiitmoedigefi 2 den mensch; maar de fcr-
9iieuwing 3 der hoop geeft troost 4. Deze afgezant durft niet
tegen 5 zijne voorschriften 6 handelen 7, uit vrees van zich
des konings misnoegen 8 op den hals te halen 9. liet getal
der inwoners van Groot-Brittanje 10 en Ierland is niet hoveii 11
de dertig millioenen. Niets dan ijdele en dwaze najagingen 12
bevalt 13 hem. Eene verscheidenheid 14 van aangetiame 15
voorwerpen 16 bekoort 17 het oog. In 't gedrag 18 van
Parmenio is een zamenmengsel 19 van -wijsheid en dwaasheid
duidelijk te bespeuren 20. Er zijn vele omstandigheden 21
1 disappointment, 8 displeasure. 15 pleasing.
2 to sink the heart of. 9 to incur. 16 object.
3 renewal. 10 Great Britain. 17 to charm.
4 consolation. 11 to exceed. 18 behaviour.
5 against. 12 pursuit. 19 mixture.
6 instruction. 13 to delight *). 20 conspicuous.
7 to act, 14 variety, 21 occasion.
*) Dit werkwoord slaat op 't woordje nothing, niets, en moet
daarom in den derden persoon van 't enkelvoud staan. In de twee
volgende spreekwijzen zijn de woorden variety, verscheidenheid, en
mixture, zamenmengsel, de Nominativen der werkwoorden to charm,
bekoren, en to he, zijn.