Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKK UNST. 173
sprekende van zijn' vader Ulysses, tol de godin 8 Calypso,
zeide tot haar: »Penelope, zijne vrouw, en ik, die zijn zoon
ben , bebben alle hoop opgegeven 9 hem weder te zien."
God is een vader voor degenen 10, die Hem beminnen, en
een heschermer 11 voor ben, die Hem vreezen. De ondeogd
bedriegt ons dikweif onder U masher 12 Jcr dengd. Indien
gij een' vriend wilt verkrijgen 13, moet gij liem eerst heproc-
en niet te haastig zijn 15 met hem te vertrouwen IC
8 goddess. 12 under the shape. 15 not be in too great
9 lost. 13 to get. a haste.
10 to those, 14 to prove, to try, 10 to credit him.
11 protector.
^^ 155.
Wanneer de waarheid verschijnt 1 in al haren glans 2,
kan niemand baar wecVs^wn« 3. Wi^oordeelen 4 dikwerf over 5
^s menschen daden 6 volgens onze liefde of onzen haat voor dc
personen, die ze gedaan hebben. Hij belooft altijd, maar houdt
nooit zijn woord. De Heilige Schrift 7 leert 8 ons, wal wij
hehooren 9 te zijn ; laat ons haar daarom lezen , er over na-
denhen 10, cn haar tot een' regel van ons gedrag 11 maken.
Men moet niet van zich zelvco spreken dan met zedigheid.
Wanneer een mensch niemand dan zich zeiven bemint, is hij
ongeschiht 12 voor de zamenlevittg 13. Uw broeder kent zicli
zeiven; liij maakt dikwerf aarimerkingen 14 op zich zeiven, cn.
ik hoop, dat hij zich weldra zal verbeteren van zijne kwade
gewoonten 15.
1 to appear. 6 men's actions. 11 conduct.
2 brightness; 7 Holy Scriptures, 12 unfit.
3 to resist. 8 to teach. 13 society.
4 to pass judgement. 9 ought. 14 reflection.
5 upon. 10 to meditate npon. 15 bad habit.
2, Over ^t gelruilc der Hezittelijlce Voornaamwoorden^
(Zie ook bladz. 33.)
De plaats van 't bezittelijk voornaamwoord is i even als in 't Hol*
landsch , voor 't zelfstandige naamwoord :
Put the money into your pocket, Steek 'fcgeld in aw' zak.