Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
1G6 ENGELSCHE
Nog dient opgemerkt te worden, dat men *s wel va n personen
maar niet van zaken sprekende gebruikt; een enkel geval uitgezon-
derd, wanneer gesproken wordt van een tijdsverloop of een* zekerei
afstand, of wel van zon en maan; b. v.:
In a year's time, Binnen een jaar,
Ä day's march, Eene dagreize.
The sun's light. Het licht der zon.
Ook zegt men:
J pirCs head. De kop van eene speld.
An arm's length. De lengte van een' arm.
Opstel over de verbinding der Zelfstandige Naamwoorden.
N°. 148.
De deugd mijns voorgangers 1 is niet de mijne. Zoodanig
is de teederheid 2 eener moeder en de zorg 3 eens vaders.
Het was hel lot 4 der mannen , vrouwen en kinderen zulke
onheilen 5 te lijden. Deze maatregel 6 hreeg 7 de goedkea-
ring, zoowel des konings als der onderdanen. Indien gij lijdt
om der geregtigheid wil 8 , zoo zijt gij gelukkig. AViens wer-
ken .zijn dit ? Zij zijn van Cicero, den welsprekendsten der
menschen. Deze boeken zijn zoowel van Lodewijk als van Wil-
lem. Dit is 't paleis van den oudsten zoon van den koning
van Engeland. AVat mag 9 de oorzaah 10 zijn dat het Par-
lement die zaah verzuimt 11 ? Niemand weet er de reden van*
1 predecessor. 6 measure. 10 cause.
2 tenderness. 7 to gain. 11 of the Parliament's
3 care. 8 for righteousness' neglecting this bu-
4 fate. sake. siness.
5 calamity. 9 can.
DERDE HOOFDDEEL;
Over het gelruik der Bijvoegelijke Naamwoorden.
(Zie ook bladz. 19—23.)
Ieder bijvoegelijk naamwoord behoort hij een zelfstandig naam-
woord, 'tzij dit zelfstandig naamwoord uitgedrukt, of er onder ver-
staan wordt; b. V.:
He is a good, as well as a wise Hij is zoo wel een goed als eea
man, wijs man.