Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
8
Tutor ^ voogd-
Tiscount, burggraaf.
Widower, weduwenaar.
ENGELSCHE
Tutoress, voogdes.'
Viscountess, burggravin.
Widow, weduwe.
C. Tioor lijvoeging van een ander woord, als?
A cock-sparrow, een mannetjes- ^//^»-^/Jöirrow, eene wijfjesmusch.
muscb.
A man-servant, een knecht.
A he-goat, een bok.
A he-hear, een beer.
A male child, een jongen.
Male descendants, mannelijke na«
komelingen.
A maid servant, eene meid.
A she-goat, eene geit.
A she-hear , eene beerin. .
A female child, een meisje.
Female descendants, vrouwelijke
nakomelingen.
Sommige woorden worden voor beide geslachten gebruikt, als;
parent, child, cousin, friend, scholar, enz. Om 't mannelijke aan
te duiden, zet men er he voor; en om 't vrouwelijke te kennen te
geven she, als: she is my cousin, zij is mijne nicht; she is my
friend, zij is mijne vriendin; he is a scholar, hij is een ge>
leerde; enz.
3. Over de getallen.
't Getal duidt aan, of men van ééne of van meer zaken spreekt.
De zelfstandige naamwoorden hebben twee getallen: 't enkelvoud
{singular) en 't meervoud {plural).
't Enkelvoud duidt aan , dat men van een' enkel' persoon of eenp
enkele zaak spreekt: a man, een man ; a chair, een stoel.
H Meervoud duidt aan, dat men van twee of meer personen of
zaken spreekt: chairs, stoelen; Hngs, koningen.
Sommige naamwoorden worden, wegens hunne beteekenis, alleen
in 't enkelvoud gebruikt, als: to heat, tarw; pitch, pik; gold,
goud; sloth, lüiheidi pride, hoogmoed.
Andere worden alleen in 't meervoud gebruikt, en hebben 't
werkwoord in 't meervoud bij zich, als: annals, jaarboeken; bel-
lows , blaasbalg; trowsers, broek ; drawers , onderbroek ; lungs ,
long ; manners , morals , zeden ; pains, moeite ; pincers, nijptang ;
revenues, inkomsten; riches, rijkdom; scissors, schaar; snuffers,
snuiter; spectacles, bril; tongs, tang; victuals, levensmiddelen;
mathematics, wiskunde;staatkunde; metaphysics, bovenna-
tuurkunde; opties, gezigtkunde ; en meer dergelijke benamingen.
Er zijn er ook, die door de getallen niet veranderen, als: alms^