Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
112.
ENGELSCHE
in zijn' omgang 2. Iladt gij hem dan gesproken ? Dat wis-
ten wij niet. Hij hreeg 3 vrienden in voorspoed, en verloor
hen in tegenspoed 4. Zijt gij vertoornd 5? Ja, gewis; zij
hebben mij 6 strikken 7 gespannen 8. Hij beeft veel gele-
den 9, en is eindelijk in 't graf 10 gezonken 11. Zij maak-
ten bestendig 12 aanmerkingen 13 op ons ; daarom waren wij
zeer misnoegd. De geschiedenis, wel 14 onderwezen 15, wordt 16
eene school der zede^i 17. De weldaden, die gij geno-
ten 18 hebt, kwamen van God. De jongeling, van wien ik
gespoken heb, verdient bestendig aangemoedigd 19 te worden.
2 conversation.
3 to get.
4 adversity,
5 to vex.
6 for me,
7 snare.
8 to lay.
9 to suffer.
10 grave.
11 to sink.
12 continually.
13 reflection.
104.
14 properly.
15 to teach,
16 to prove.
17 morality.
18 to enjoy.
19 to encourage.
Indien ik den ellendigen 1 toestand 2 gekend had , waarin
gij geraakt 3 zijt, zoo ik u geholpen hebben. Dit volk heeft
het juk 4 afgeschud 5 , dat zij met moeite 6 torschien 7.
De wijn, dien wij gisteren dronkeii 8, was zeer goed. Hij
vergat 9 nimmer de gunst 10, die ik hem hewezen 11 had.
God kende uw hart, cn wist de ijdelheid 12 uwer wenschen.
Hij koos 13 een' vriend, die in staat 14 cn geneigd 15
was, om hem in nood 16 van diëtist te zijfi 17. Wij moeten
altijd denken 18 aa^i 19 de zorgen 20 , welke degenen had-
den , die ons hebben opgevoed 21. Philippus 22 zeide tot
zijn' zoon Alexander, bem Aristoteles 23 tot leermeester 24
gevende: »Leer onder zulk een' goed' meester de misslagen 25
vermijden 26 , waarin ik vervallen 27 ben.'l
1 deplorable. 10 favour.
2 situation. 11 to do.
3 to reduce to.' 12 vanity.
4 yoke. 13 to choose.
5 to shake off. 14 able.
6 with pains. 15 willing.
7 to bear. 16 need.
8 to drink. 17 to serve.
9 to forget. 18 think,
19 of.
20 care.
21 to bring up,"
23 Philip.
23 Aristotle.
24 preceptor,
25 fault.
26 to avoid.
27 to fall.