Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
Ill
houden Uw vriend sprah de waarheid 3; Iiiervan zijn wij
overtuigd 4, Een straal 5 van lioop scheen 6 op hem in
V midden 7 van zijne ongelukken. Deze ongelokkigen hebben
hun noodlot 8 vervlocht 9; wij hebben hun hunne onheilenXQ
voorspeld 11 ; te meer, daar zij kwaad spraken van 12 hunne
beste vrienden. Hebben wij reeds op de gezotidheid des Ko-
nings gedronken 13? Ja, vrienden! meer dan ééns. Vertel
mij uwe lotgevallen 14 en de hunnen, zoo als gij mij beloofd
hebt. Gij zijt te nieuwsgierig, geloof mij. Gij naamt 15 te
veel moeite 16; belgeen onnoodig 17 was,
2 to remember. 8 fate.
3 to speak the troth. 9 to cnrse.
4 to convince. 10 disaster.
5 ray. 11 to foretell.
f) to shine. 12 to slander.
7 the midst.
102.
Laai ons de looplaanX des levensmet geduld cn onderwerp
ping 2 afloopen 3. Deze krijgslieden vochten 4 voor hun va-
derland , en zollen daarom beloond worden. Ik wil mij niet
"bemoeijen met hunne twisten 5 ; dit bebben zij sedert lang
geweten. Zij bebben bannen roem 6 overgehragt 7 op liunne
nakomelingschap 8, en hnnne heldendadefi 9 zijn door de
geheeïe wereld bekend. De vijanden bebben den wapenstil-
stand 10 verbroken 11; men zal dos den ooihg voortzetten 12.
Heeft bij die reis 13 reeds ondernomen 14 ? Ik kan het a
niet zeggen. Hij beeft meer orde 15 in zijn werk gebragt 16,
en nu gaat alles beter. Zij spraken zonder nadenken 17, cn
waren dus bloolgesleld aan vele dwalingen 18.
13 to drink the king's
health.
14 adventore.
15 to take.
16 trouble.
17 needless.
1 career.
2 resignation;
3 to run over.
4 to fight.
5 to intermeddle
their disputes.
6 glory.
m
7 to transmit.
8 posterity.
9 achievement.
10 truce.
11 to break.
12 to continue J
carry on.
103.
to
13 journey.
34 to undertake.
3 5 order.
36 to put
17 reflection.
18 error.
"Wij kenden dien man; wij vonden zelfs veel bevalligheid 1
1 charms.