Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST, 109
^^ 97.
Wij hebben met 1 den koning en met de lioningin gespro-
ken 1. Zijn bedrog 2 is aan deji dag gekomeji 3. Zij hebben
de zaak verzwegen 4. Hebt gij uw antwoord 5 geschreven?
Heeft iiij zijne paarden verkocht? Is uw huis al gebouwd?
Hebben zij de ongelukken vooruit gezien G ? Hadden zij dien
staatsdienaar 7 gekend? Kwamen zij, om met u Ie eten?
Gaf 8 hij dit gouden horlogie aan uw' zoon ? Gij hebt dien
wisselbrief 9 aan den koopman gezonden ; maar bij heeft hem
niet ontvangen. llij %verd 10 rijk in weinige 11 jaren; en dat
verwondert ons 't meest. Zij zijn ontsnapt 12 en zullen niet
weerkomen. Zou dit waar zijn?
1 to speak to. 5 answer. 9 bill of exehange.
2 farce. 6 to forcsee. 10 to grow.
3 to find out. 7 minister. 11a few.
d) to conceal. 8 to give. 12 to steal away.
98.
Wij gingen gisteren avond vroeg naar bed , en stonden dezen
morgen laat op; wij hebben dus lang geslapen. Wij wandel-
den 1 te zamen, maar het waaide 2 te hard , daarom gingen
wij naar huis. Uw oom werd rijk in weinige jaren ; hij won 3
veel geld en verteerde 4 weinig. Heeft uw vriend mijne spraak-
kunsten teruggezonden 5 ? Ik geloof 't niet ; hij bad ze alle
nog niet gelezefi G. De Engelschen hebben hulp 7 gezonden
aan hunne bondgenooten 8, en zullen waarschijnlijk hunne
vijanden verslaan 9. Zij Hepen weg 10 op 11 den eersten
schijn 12 van gevaar. Hij vermeed 13 kwade gezelschappen,
en leidde 14 een deugdzuam leven ; maar zijn neef heeft zich
het misnoegen 15 zijner ouders op den hals gehaald 16.
1 to take a walk. 7 succours.' 12 appearance.
2 to blow. 8 allies. 13 to flee from.
3 to win , gain. 9 to dufeat. 14 to lead.
4 to spend. 10 to run away. 15 displeasure.
5 to seud b.ick, 11 at. 16, to incur,
6 to read.